Nederland en de windstreken of toen we integratie nog samen deden

Mijn schoolmaatjes Roeland, Hakan, Youssef, Erik, Tino en Jan waren een hele hechte groep en we hebben samen heel wat kattenkwaad uitgespookt. Wij waren schoffies, altijd buiten zodra de school eindelijk voorbij was. Een bonte groep waren we ook, dat is nu eenmaal normaal in Nederland. De ouders van Jan kwam uit Hongarije en de goulash op zondag was geweldig. Hakan was een trotse Turk die reuze blij was dat hij nadat zijn vader, die eigenlijk architect was, 2 jaar in Nederland in een fabriek had gewerkt en iedere Gulden had gespaard, eindelijk met het hele gezin naar Nederland en zijn vader mocht komen. Maar hij mistte Turkije best wel in ons regenachtige kikkerland en iedere keer als Hakan ons foto’s liet zien van zijn vakanties in Turkije begrepen wij dat best. Youssef, onze bloedeigen Marokkaanse Johan Cruyff, vond het heerlijk om met mijn moeder Frans te kunnen spreken. Youssef was reuze blij dat mijn moeder hem bijles Nederlands gaf, een taal die zij zelf ooit ook eens als buitenlands kind had moeten leren en dat leidde op een zeker moment tot de vraag waar mijn ouders dan eigenlijk vandaan kwamen.

Nou, dat was een moeilijk verhaal en toch ook weer niet omdat veel Nederlanders in Nederland nu eenmaal ouders hebben die helemaal niet uit Nederland komen. Mijn moeder was Frans-Portugees en had in het verre verleden zelfs een Italiaans-Libisch overgrootmoeder, en mijn vader was een bonte mix van Zweeds, Russisch, Russisch-Oekraïens, Armeniër en een klein beetje Pruisisch, en dat vertelde ik natuurlijk met mijn heerlijke platte accent want zo spraken wij schoffies onder elkaar. Thuis niet, dan moesten we netjes praten en op school ook natuurlijk maar zodra wij schoffies onder elkaar waren, spraken we plat, dat vonden we toen stoer. Vanaf dat moment had ik de bijnaam “Vuilnisbakkie” want alle schoffies van de straat hadden een bijnaam en die bijnaam was onder elkaar belangrijker dan je echte naam. Continue reading

Nederland en de Nederlanders

“Nederland is voor de Nederlanders”, zegt meneer Wilders en een groeiend aantal Nederlanders juichen hem daarbij toe. Profilerend en generaliserend als meneer Wilders is doet hij het graag voorkomen alsof het daarbij om de meerderheid gaat maar 35% is volgens de algemeen geldende regels van de rekenkunst nog altijd de minderheid en dus is kennelijk 65% van de Nederlandse bevolking het niet met meneer Wilders eens. Een rekenkundig feitje waar we meneer Wilders uiteraard verder niet over horen. Maar zelfs dat het in werkelijkheid niet de meerderheid is verandert niets aan het feit dat toch klaarblijkelijk een grote groep Nederlanders volgens de opiniepeilingen het meneer Wilders eens blijkt of lijkt te zijn en daar is meneer Wilders uiteraard reuze blij mee.

De vraag die we ons als Nederlanders daarbij echter moeten stellen is welke Nederlanders meneer Wilders precies bedoelt met deze uitspraak. Bedoelt meneer Wilders de stoere Friesen en de zuinige Zeeuwen, de nuchtere Groningers en de flamboyante Brabanders, de gezellige Limburgers en de wilde Hollanders, de droge Drenten en de trouwe Tukkers, en alle andere provincies waar geboren en getogen Nederlanders wonen en leven? Nederlanders uit alle windstreken, stoer en eigenzinnig. 15 miljoen mensen in een heel klein en erg mooi land aan de kust van de Noordzee. Meer dan de helft daarvan leeft beneden de zeespiegel, beschermd door dijken en een paar keer per jaar wordt het spannend als zelfs de robuuste Nederlanders van storm spreken. Wat in andere landen al een storm genoemd wordt, is bij ons een sterke wind. Zo zijn wij Nederlanders, wij zijn stoer en hoe recht je gaat heeft niets met kracht te maken, dat bepaalt in Nederland de wind.

Je kan snel de indruk krijgen dat meneer Wilders het over deze Nederlanders heeft, deze Nederlanders die altijd op het weer mopperen en toch bij weer en wind hun gang gaan. Maar Nederland is veel meer dan de Nederlanders met voorvaders die ergens tussen klei, zand, duinen en heide geboren zijn. Kijken we objectief naar de bevolkingscijfers, dan zien we dat van de 16 miljoen Nederlanders binnen Nederland er minder dan 10 miljoen daadwerkelijk uit dat kleine landje aan de Noordzee stammen. En voor het overgrote deel is daar een hele eenvoudige historische verklaring uit de vorige eeuwen voor, het directe gevolg van de geschiedenis van Nederland en de overzeese kolonisatie.

Continue reading